Een Pax Electrabel is geen energiepact

Politieke besluiteloosheid speelt ENGIE Electrabel in de kaart

De inhoud van het energiepact voorspelt weinig goeds, alle goede intenties om de burgers te consulteren ten spijt. Het ziet ernaar uit dat er weer geen keuzes gemaakt worden, en dat een aantal opties vrijblijvend worden voorgelegd. Op die manier geven we opnieuw toe aan de Franse overheersing, die 80% van de Belgische energiemarkt in handen heeft. Als we echt een duurzame én rendabele energiemarkt willen, moeten we niet langer enkel naar Frankrijk luisteren, maar naar alle spelers die bij de energietransitie betrokken zijn.

De regeerverklaring van de regering-Michel is een kerkhof van gebroken energiebeloftes. Wie de doelstellingen naast de verwezenlijkingen legt, krijgt het gevoel dat de regering slechts een in plaats van drie jaar bezig is. Zo sprak de verklaring voor het eerst een ondubbelzinnig voornemen uit om een “interne Europese energiemarkt” te voltooien en om “strategisch en Europees geïnterconnecteerde netwerken” uit te bouwen. Van het herevalueren van de strategische reserve, waarmee de pieken in de winter worden opgevangen, zien we in de praktijk weinig terug. Ook voor het energiepact wordt de deadline steeds weer vooruitgeschoven. Als ook het volgende pact een nieuw Pax Electrabel wordt, zijn we nog even ver van huis.

Het grote probleem is dat het dit land ontbreekt aan investeringszekerheid. Zo moet de eventuele ondersteuning technologie-onafhankelijk zijn en het kader geven waarbinnen de markt kan kiezen voor de meest efficiënte oplossing op dat moment in de energietransitie: vraagsturing, slimme netwerken, flexibele gascentrales, batterijopslag… of een combinatie.

Het probleem ligt in Parijs
Het debat wordt tegengewerkt door de conservatieve krachten die de kernenergie blijven beschermen. Misschien denkt ook deze regering er wel met een nieuw Pax Electrabel uit te geraken. Maar wie zich door Frankrijk laat adviseren, zal vooral Franse antwoorden krijgen. De lancering van de burgerbevraging was nog niet koud, of de sociale media werden overspoeld met campagneboodschappen van de pro-nucleaire lobby.

Toch zijn er voldoende voorbeelden van een duurzame en efficiënte transitie in andere landen. Scandinavische landen betrekken hun steden nauw rond energie-efficiëntie. Duitsland wordt beschouwd als het economisch centrum van Europa, maar voor energie kijken we blijkbaar liever naar onze zuiderburen. Dankzij de Energiewende in Duitsland werd er nochtans op korte tijd een schat aan ervaring opgedaan. Denk maar aan de concessies voor offshore, die bij ons op het laatste moment worden opengebroken en heronderhandeld, terwijl het in Duitsland reeds zonder subsidies kan.

Ook uit de Duitse fouten kunnen we leren. Zo ging de Duitse energiefactuur de eerste jaren fors de hoogte in door ongecontroleerde groei van gesubsidieerde groene energie. Deze subsidieregeling garandeerde de groene stroomproducenten twintig jaar lang een vast verkooptarief en werd inmiddels bijgesteld. Ook op bedrijfsniveau staat Duitsland een stapje verder. Innogy, een van de leidende Europese groenestroombedrijven, is in België het enige niet-Franse alternatief met kennis en ervaring op grote schaal voor een duurzaam energielandschap. Die kennis over marktwerking, efficiënte hernieuwbare energie en net- en batterijtechnologie is nodig om van de energietransitie een succes te maken.

Grijp het momentum
De boodschap is duidelijk: een logisch, functionerend en stabiel regelgevend kader kan de broodnodige investeringen in hernieuwbare energie opkrikken. Als we naar een koolstofarme samenleving in 2050 willen, zullen we nog 400 miljard aan investeringen nodig hebben. Daarnaast zal de energiepolitiek Europees zijn of niet zijn, zoals de regering in haar regeerakkoord al erkende.

De Europese landen profiteren anno 2017 amper van mekaars natuurlijke productie. Intussen nemen de buurlanden wél concrete actie. In het Nederlandse regeerakkoord werd beslist dat ze onder meer met België willen samenwerken om de CO2-uitstoot via minimumprijzen naar beneden te krijgen. Zo worden steen- en bruinkool als alternatief voor kernenergie ontmoedigd.

Het zou dus ongepast zijn te vervallen in een klaagzang. Als we kijken naar de elementen die op tafel liggen, zoals efficiëntere technologie, goedkopere energieopwekking en het maatschappelijk en politiek draagvlak, zijn er genoeg recepten om de energietransitie een geloofwaardige boost te geven. Nogmaals, uitstel is wel het laatste wat de energietransitie nodig heeft. Het is tijd om knopen door te hakken.

Deze blog werd ook gepubliceerd in De Tijd.

Frank Brichau
Frank Brichau is elektrotechnisch burgerlijk ingenieur en doctor in de toegepaste ingenieurswetenschappen. Hij startte zijn carrière in 1993 bij Shell Belgium, maar in mei 2011 maakte hij de overstap naar essent.be, waar hij CEO werd. Sinds 1 januari 2017 is Frank Chief Commercial Officer (CCO) Essent voor België en Nederland en Country Chair innogy voor België.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *