Verlenging Doel 1 en 2 draait de klok 10 jaar terug: 4 mythes ontkracht

In de marge van COP21 in Parijs is gebeurd wat al een tijdje in de lucht hing: een akkoord tussen minister Marghem en Electrabel over de verlenging van Doel 1 en 2. De deadline is op het nippertje gehaald. Buitenstaanders denken soms dat het een goede zaak is: onze federale en deelstaatregeringen hebben dan wel nog steeds geen klimaatakkoord, maar op zijn minst is de minister erin geslaagd om een akkoord te tekenen over de kerncentrales.

Nochtans is dit akkoord allesbehalve een goede zaak. Behalve de timing is er op het eerste zicht geen verband met de klimaattop in Parijs, maar wie dieper graaft, ziet dat dit akkoord een bom legt onder een toekomstgericht beleid dat rekening houdt met de strijd voor minder CO2-uitstoot. Deze verlenging van 2 oude kerncentrales is een gemiste kans om de broodnodige energietransitie in te zetten. Dit akkoord draait de klok tien jaar terug en maskeert een pijnlijk gebrek aan visie over hoe het Belgisch energiebeleid er zou moeten uitzien.

Een aantal redenen voor de verlenging van Doel 1 en 2 zijn dan ook echte mythes.

1. Doel 1 & 2 zijn noodzakelijk voor de bevoorradingszekerheid in ons land

FOUT. België is een klein land met veel industrie en inwoners, dus het heeft geen zin om enkel binnen de landsgrenzen te kijken voor onze bevoorrading.

Als Doel 1 en 2 niet terugkomen, dan komt er extra flexibele capaciteit vrij voor import vanuit Nederland via Zandvliet. Die flexibele capaciteit wil zeggen dat je deze centrales aan en uit kan zetten, en dat is essentieel als we de transitie naar groene energie willen maken. Bij weinig wind en zon kan je dan snel schakelen. Mits een aantal kleine, technische ingrepen kan er zo tot 1000 MW extra ons land binnen komen via Zandvliet, dat is meer dan Doel 1 en Doel 2 samen.

Vanuit het perspectief van de bevoorradingszekerheid heeft de levensduurverlenging van Doel 1 en 2 dus geen zin.

2. Doel 1 & 2 zijn nodig omdat buitenlandse capaciteit afneemt

FOUT. Er staat in onze buurlanden nog voldoende capaciteit opgesteld. Bovendien worden de komende jaren twee interconnectielijnen opgeleverd die elektriciteitsoverdracht nog eenvoudiger maken. De Alegro-lijn zal ons met Duitsland verbinden, terwijl de Nemo-lijn bestaat uit ondergrondse en onderzeese kabels tussen België en het Verenigd Koninkrijk.

De angst voor een gebrek aan capaciteit zou geen reden mogen zijn om twee oude onflexibele kerncentrales in de markt te houden, maar om eindelijk werk te maken van een mechanisme dat garandeert dat de nodige capaciteit in de markt beschikbaar is, ook bij momenten zonder zon en wind. Alleen zo zal er flexibele capaciteit in de markt komen.

In afwachting van zo’n capaciteitsmechanisme is het goedkoper en beter om bijvoorbeeld de hyperflexibele en hypermoderne gascentrale Claus C in het Nederlandse Maasbracht rechtstreeks te koppelen aan het Belgische net.

3. Doel 1 & 2 zijn nodig om de prijzen laag te houden

FOUT. De terugkeer van Tihange 2 en Doel 3 heeft een prijsdalend effect gehad, maar je kan de redenering niet lineair doortrekken voor de 800 MW nucleaire capaciteit die erbij zou komen van Doel 1 en 2. Als deze oude centrales zouden verdwijnen, zou dat sowieso gecompenseerd worden door import van flexibele capaciteit. Die elektriciteit is vaak goedkoper, omdat ze afkomstig is van gesubsidieerde, groene stroom uit Duitsland. Een paar maanden geleden pleitte Wouter De Geest (CEO BASF, en voorzitter Essenscia) er nog voor in een interview om zo veel mogelijk gebruik te maken van deze Duitse stroom.

 4. Doel 1 & 2 zijn nodig om minder CO2 uit te stoten

De beslissing om Doel 1 en 2 tien jaar langer open te houden, leidt tot een vertraging van de energietransitie met 5 tot 10 jaar. Kernenergie stoot inderdaad weinig CO2 uit. Maar daar stopt het ook. Er zijn niet alleen politieke doelstellingen voor minder CO2, maar ook voor meer hernieuwbare energie. Grote hoeveelheden onflexibele nucleaire energie in combinatie met hernieuwbare energie gaan niet samen. Kerncentrales kan je niet snel uit en aan zetten. Dat is problematisch bij te weinig wind of zon, maar voor alle duidelijkheid: ook teveel wind of zon is een probleem met oude kerncentrales.

Bedrijven uit de sector van de hernieuwbare energie vrezen dat de heropening van Doel 1 en 2 de rendabiliteit van geplande investeringen onder druk zet en zelfs tot een situatie kan leiden dat windmolens ‘s nachts afgekoppeld moeten worden.

Het is nu tijd om de échte energietransitie door te voeren, in overeenstemming met het regeerakkoord. Een transitie waarbij flexibele centrales back-up zijn van hernieuwbare bronnen en producenten vergoed worden voor de capaciteit die zij ter beschikking stellen.

Frank Brichau
Frank Brichau is elektrotechnisch burgerlijk ingenieur en doctor in de toegepaste ingenieurswetenschappen. Hij startte zijn carrière in 1993 bij Shell Belgium, maar in mei 2011 maakte hij de overstap naar essent.be, waar hij CEO werd. Sinds 1 januari 2017 is Frank Chief Commercial Officer (CCO) Essent voor België en Nederland en Country Chair innogy voor België.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *