Hoe we wél tot de energietransitie kunnen komen

De manier waarop de makers van de docureeks ‘Watt’ een complex issue tot in de huiskamer bracht, verdient een pluim. Ze lieten Vlaanderen kennis maken met een van de meest prangende vraagstukken van de 21steeeuw.

Toch blijf ik een beetje op mijn honger zitten. Dat hernieuwbare energie voldoende potentieel bezit om uit te groeien tot de eerste energiebron, weten we al even. Wat onbesproken bleef, zijn de zwarte gaten van het energiebeleid en wat de transitie echt tegenhoudt: een gebrekkige marktwerking. Stof genoeg voor een zevende aflevering van deze uitstekende docureeks. Ik reik graag enkele hete hangijzers aan.

Subsidies doen factuur ontploffen: waar gaat al dat geld naartoe?

De consument betaalt voor zijn energie meer dan ooit tevoren. Het grootste deel van de factuur bestaat uit heffingen en netwerkkosten. De leveranciers innen die wel mee, maar moeten ze meteen doorbetalen als een doorgeefluik. Zelfs wanneer de klant niet betaalt. Inmiddels bestaat slechts een derde van de energiefactuur uit gas en elektriciteit.

Daarnaast heeft de overheid de voorbije jaren voor veel onzekerheid gezorgd. Er zijn op korte tijd verschillende verplichtingen en aanpassingen doorgevoerd, die soms weer snel zijn teruggeschroefd. Daardoor moeten leveranciers continu schakelen en moeten tarieven op recordtijd herrekend worden. Denk maar aan de btw op energie en de Vlaamse energieheffing. De kosten voor het implementeren van die veranderingen zijn niet min.

Gesloten energiemarkt ontmoedigt broodnodige investeringen

De Vlaamse energiemarkt is intussen vijftien jaar geliberaliseerd, waardoor klanten vrij kunnen kiezen tussen energieleveranciers. Toch hebben de oorspronkelijke dominante spelers nog steeds meer dan de helft van de markt in handen.

Door de kunstmatig laag gehouden prijs die men voor energie krijgt, is de Belgische markt niet interessant voor nieuwe investeringen. Zo blijven de broodnodige innovaties die de energietransitie mogelijk moeten maken uit. Wie wil er tientallen windmolens of zonnepanelen zetten zolang de kerncentrales openblijven? Als gevolg van die lage rendabiliteit, hebben we de voorbije maanden enkele ingrijpende overnames gezien op de energiemarkt. Het staat vast dat het hier niet zal bij blijven. Als er niet snel iets verandert, evolueren we opnieuw naar een monopolie of duopolie, waarin een of twee grote leveranciers het voor het zeggen hebben. De consument zal de verliezer zijn.

Daarnaast neemt de druk op de leveranciers alsmaar toe. Zij verlenen vele gratis diensten voor andere partijen, zoals groenestroomcertificaten, het sociaal tarief of de distributienetkosten. Dat brengt financiële risico’s met zich mee. Stijgende energiefacturen verhogen de kans dat een klant zijn factuur niet kan betalen. De energiemarges, die ondertussen al zo klein zijn, komen daardoor nog meer onder druk te staan.

Hoe we dan wél tot de energietransitie komen

Nochtans liggen de oplossingen voor de hand. Ik kan alvast enkele suggesties doen. Als we op een succesvolle manier de transitie naar een koolstofarme maatschappij willen maken, is er nood aan een markt waarin iedere speler, van productie over transport tot levering, de energietransitie mee ondersteunt. We kijken in eerste instantie naar schaalvergroting, met een energienetwerk over de landsgrenzen heen. Zo kunnen we eindelijk gebruik maken van de natuurlijke energiebronnen als zon in Afrika, wind en water in Scandinavië.

Marktwerking is het volgende heikele punt. Momenteel wordt elke vorm van elektriciteitsopwekking ondersteund door de overheid: groen, grijs en kern. We hebben een marktmechanisme nodig dat technologieneutraal is. Technologie evolueert immers veel sneller dan de overheid met haar subsidies kan voorspellen. De overheid moet een kader scheppen waarbinnen de markt kan kiezen voor de meest efficiënte oplossing op dat moment in de energietransitie: vraagsturing, slimme netwerken, flexibele gascentrales, batterijopslag… of een combinatie.

We kunnen besluiten met een inspirerende boodschap van knowhow en samenwerking. Kleine en grote spelers vinden elkaar steeds vaker in hun zoektocht naar oplossingen. Steeds meer spelers gaan partnerships en joint ventures aan. Zo komt het beste van beide werelden samen: kleine energieleveranciers zijn wendbaar en flexibel, en kunnen innovaties snel uittesten en implementeren. De grote spelers hebben dan weer de expertise, de schaalgrootte en de middelen om die ideeën in de praktijk te brengen. In de razendsnel evoluerende energiemarkt van vandaag, met een metamorfose van de elektriciteitsproductie is samenwerking tussen kleine en grote spelers geen luxe maar een noodzaak.

Pierre Pignolet
Pierre Pignolet is handelsingenieur. Hij droeg al nationale en internationale verantwoordelijkheden als brand manager, marketing manager en manager strategic customer development. In 2013 werd hij door essent.be aangezocht als Head of Commercial. Sinds 1 januari 2017 is hij managing director en afgevaardigd bestuurder van essent.be.